zaterdag 12 januari 2013

Fisker in Haaksbergen

Fisker in Haaksbergen

Op het parkeerpleintje voor de Pancratiuskerk zagen wij een onbekende auto staan, met vier deuren viel mij op, hoewel het een sportcoupé was en die hebben aan twee gewoonlijk genoeg. Je gaat niet sportief doen met de hele familie binnen, lijkt mij. Op het dak zaten zonnecollectoren, binnen twee uitsteeksels van een soort drankflessen, met een rode knop erop, raadselachtig. We gingen een blokje om, een straat in met oude huizen en een ronde kerk van de protestanten. Daar zagen wij een parkeerwacht lopen, wisten niet hoe lang wij geparkeerd hadden en gingen maar terug, voor het geval dat. Opnieuw keken wij naar de Fisker en zagen geen parkeerbonnetjes liggen voor het raam. Natuurlijk, een beetje fout parkeren met zo'n auto moet wel kunnen, ik keek naar binnen bij de kapsalon, maar zag niemand zitten die leek op de vermoedelijke eigenaar. Deze auto had de bijnaam Karma, een term uit het Hindoeïsme en Boeddhisme, ik citeer uit het web:

Vers van Boeddha over karma

Ik ben de eigenaar van mijn daden,
De erfgenaam van mijn daden,
Geboren door mijn daden,
Gerelateerd aan mijn daden.
En leef ondersteund door mijn daden.
Van elke daad die ik verricht,
Goed of slecht,
Daar ben ik erfgenaam van.
Zo zou een monnik steeds weer moeten reflecteren.

Boeddha (Anguttara Nikaya, I.87f)

Later lees ik dat het een klein wonder is dat deze hybride elektrische auto door Henrik Fisker  hier staat, hoewel hij in Finland geproduceerd wordt. Er zitten Obama-miljoenen in, de fabriek van de accu's is failliet en bij de orkaan Sandy vlogen er een aantal in brand, want kom je er mee in het water, dan wordt je vermoedelijk geëlektrocuteerd in je zeer comfortabele stoel. Prijs: vanaf $ 102.000, in de voor en achterkant zitten luidsprekers die een naderende auto imiteren, voor de nietsvermoedende passant in Haaksbergen die wil oversteken.

dinsdag 11 september 2012

Streekmuseum

Streekmuseum

Het streekmuseum is gehuisvest in een voormalige boerderij. Een aantal ramen is afgedekt met noppenplastic om de kou te weren, niet erg fraai, maar wel effectief.
In het kantoor hangt de was te drogen boven de houtkachel en staat de oude transistorradio afgestemd op een lokale zender. De toegang is vrij, maar niet vrijblijvend. De eigenaar tracteert de bezoeker graag op verhalen over zijn hobby's: streekgeschiedenis en genealogie.
Deze keer begint hij over de Tweede Wereldoorlog en de plaatselijke restanten ervan. Zo zou dichtbij de boerderij een Lancaster bommenwerper neergestort zijn. De brokstukken lagen overal en van de bemanning had er maar één het overleefd. De eigenaar vertelt alsof hij er ooggetuige van was hoe de in een bietenveld verscholen Engelsman door een landbouwer gevonden werd na het horen van iets als "Psst!". "In welke maand was dat?" wil zijn vrouw die het verhaal aanhoort weten. "In juli" is het antwoord. "Tussen de bieten, in juli?" werpt zij zwakjes tegen, het bietenloof is dan inderdaad nog vrij kort. Vergeefs, de eigenaar duldt geen tegenwerping en haalt nog eens flink op door zijn neus om zijn gelijk te bekrachtigen.
Ik krijg een rondleiding van zijn vrouw door het museum en over het erf. De merkwaardig gevormde zalen zijn donker en vol en tonen vooral verzamelingen: van conservenblikken, jampotjes, oude kalenders tot en met lekke voetballen. Aan de houten balken hangen zakken met walnoten als grote bijenzwermen.
In een vensterbank staan plastic botervlootjes met geraniumstekken te kwijnen. Kasten vol boeken en stapels tijdschriften bevinden zich temidden van het interieur uit de jaren '70 met zware eikenhouten meubels.
Op het erf staat een vreemde mix van loof- en naaldbomen, gevaarlijk dicht op het museum zoals bleek bij de laatste storm. De eigenaar zaagt een flinke omgewaaide den stuk, die luid knappend in de houtkachel zal verdwijnen.
Een kippenhok is volgeduwd met meubels in onbruik, matrassen en afgedankte tv's. De fietsenschuur toont een collectie bromfietsen in diverse stadia van ontbinding en hetzelfde geldt voor de grasmaaierverzameling. Een nieuw item is het rijtje Grolsch beugelflessen, respectloos in de berm van het museumerf gegooid door discogangers. Onder een afdak van zwart landbouwplastic wordt een oude Engelse auto bewaard tot de steeds maar weer uitgestelde opknapbeurt. In de schuur ernaast zijn een oude Volkswagenbus en een invalidenbusje stand-by.
Het opschonen van de collectie lijkt een mooie taak voor een doortastende conservator, maar er is vooralsnog geen vacature.
Naar een passende naam wordt nog gezocht.

maandag 23 januari 2012

Inrichting

Inrichting

In de ontvangsthal van de inrichting kreeg ik even, het "is maar voor een uurtje" de zorg over Fritz, een menselijke romp in een geblokte trui met de kop van een hond en dezelfde schrokkerigheid. Wandelend met hem door een lange gang kwam het eten er weer uit in de vorm van rijstkroketten. Ik wist me geen raad met hem en vroeg aan een verpleegster naar zijn gewoonten. "Fritz zit graag bij de uitgang, mensen kijken" zei ze en ging snel verder, zorg is haast.
De inrichting was tevens museum, ik keek om de hoek in zalen met 19e eeuwse kunst en ergens was een 'Rederijkershoek' nagebouwd, een aantal afgeschotte compartimenten waarin je een gesprek kon voeren. Met Fritz zou dat niet gaan, die wilde alleen maar eten en duwde zijn natte snuit tegen mijn wang. Verder maar weer, we gingen de tuin in. Tuinen moet ik zeggen, want ze waren uitgestrekt en hadden mooie witte grindpaden. Een zachte voorjaarswind streek langs me heen en voerde het geluid mee van een ouder echtpaar achter mij. "...die man daar doet nobel werk" hoorde ik de vrouw zeggen op een toon van 'en jij, wat doe jij?'.
Ik keek naar het weidse, bijna Toscaanse landschap en mompelde zachtjes: "het is maar voor een uurtje". Nu wilde Fritz ook wandelen, ik zette hem op de grond en vond een hondenriem, die ik aan zijn boordje gespte. Hoewel zonder benen zette hij zich in beweging en trok zelfs aan de riem.
Het grindpad ging over in een trapje naar een lager bordes met banken en een tafel waarop een aantal portemonnees lagen. Ik pakte er een op en zei: "I'd swear this wallet is mine", terwijl ik naar de mijne voelde. De mensen op de banken grinnikten Angelsaksisch besmuikt.
Ze keken toe hoe ik het eraf zou brengen in de hinderlaag: een lange omgekeerde spiegel, rustend op een paar stenen tegen een helling. Er was maar één manier, heel snel erover lopen, zo licht mogelijk. Bij alle anderen was hij gebroken zeiden de Engelsen. Verder ging het, nu door een lange gang met kunstlicht.
Twee vrouwen wenkten mij. Dichterbij gekomen zag ik dat het ook een combinatie van verzorger en verpleegde was. De verpleegde, een mooie brunette met krullend haar wilde mij de hand schudden. Haar begeleidster zei dat ze dat altijd wilde wanneer  ze 'een goed mens' zag. We begonnen een gesprek, maar de brunette glipte weg, een trap op. De verpleegster ging haar achterna en ik keek onder haar rok naar een stel lange, pezige benen. Even later zag ik de twee in een kamertje waar de brunette op een tafel lag, met een klisma in haar achterwerk. Fritz was nergens meer te bekennen en het was al ver na sluitingstijd in de inrichting, ook museum. Ik ging naar hem zoeken en vond de gehaaste verpleegster. Ze vroeg mij in haar laboratorium te komen, ze was bezig met de verzorging van een groot aantal foetussen in flessen met sterk water. Gedrochten van allerlei dieren en mensachtigen, die allemaal leefden en rondzwommen in hun gelige vloeistof. Ze liet me een orderformulier zien waarop ik de bestemming las: Bathmen.
Ik was niet verbaasd, ik heb in dat dorp veel lelijke mensen gezien.
Plotseling ging de deur open en een mannetje met een rond gezicht in een witte doktersjas kwam binnen. "Liefje, ben je hier!" riep hij uit en zoende de haastige verpleegster. In een ander, eerder leven was hij een berucht parlementslid met conservatieve meningen over menselijke omgang. Aldus Fritz, die zich bij de ingang van het lab verborgen had gehouden onder een dekentje.
Ik pakte hem weer op en liep over een glibberige trap via een warenhuis naar de uitgang van de inrichting. Het uurtje was om.

vrijdag 7 oktober 2011

'Gringo's'

Toch nog een afgevaardigde van HiPP: L. Radstaak vertoonde zich in 'Gringo's', een jongerencafé. In een hoek zaten wat anderen bij elkaar een beetje te zwijgen, wat niet ongewoon is voor Achterhoekers. Het HiPP-lid stelde zich voor aan 'Willem', een acteur. Hij vertelde over zijn actie als lokker van gasten naar het Mark Tennantplantsoen op zaterdag, wat redelijk gelukt was. Hij had ook een doel: zijn volgende actie was een monoloog te houden voor een publiek. Ik suggereerde hem te kijken naar mijn website, ergens zijn mijn korte stukjes wel monologen van een mopperig heerschap.
De spreker van het ontvangstcomité stelde dat iedereen de dichters heel goed had gevonden, dat troostte mij. Hij stelde volgend jaar hetzelfde en meer te doen en dat iedereen daar een e-mail over moest sturen, hoe hij/zij het beter wilden doen. Het gezelschap ging aan de borrel met een hapje en had het over van alles. Radstaak en Wolters over het lief en leed van kunstenaars en elektrische gitaren. Wolters is een ex-lid van de band 'Busted', die hield op te bestaan toen er geen toekomst meer leek te zijn. Hij beschreef hoe zijn 'vandaag' doorbracht: met computergedoe onder het toeziend oog van een instrument dat kant en klaar stond, maar niet meer aangeraakt werd. Het HiPP-lid vertelde over zijn vrijage met een accordeon, die op niets is uitgelopen. Maar zou het toch ooit iets kunnen worden met dat instrument, bedacht hij bij het verlaten van het café? Zou hij op een dag iets kunnen met muziek, iets waar de mensen tranen van in de ogen zouden krijgen?
Hij reed naar huis, bij halve maan, een Grote Beer en nogal voorzichtig oostwaarts...

zaterdag 6 augustus 2011

De Echte Wereld

Boven de Echte Wereld regent het vandaag voortdurend, tussen de hoogbouw in Amsterdam Zuidas hangt een een nevel die het ongenaakbare staal en glas wat verzacht. De woordmerken aan de geveltoppen vermelden de bekende kapitalistische spelers die verrezen rond het World Trade Center: Moret Ernst & Young, Price Waterhouse Cooper enz. Tegenover het WTC zit café Belmondo, waar de young executives even uitblazen van het geldverdienen. Mannen in nette pakken, Rolex horloges, vaak gebruind en met openstaand wit overhemd. Veel kaalgeschoren koppen, ik blijf het onguur vinden, maar ik kom dan ook niet uit de Echte Wereld. De zakenvrouwen lopen in jurken of wat meer casual in jeans. De toon waarin ze praten is gehaast, er moeten doelen gehaald worden en daarna weer andere, dit is de 'ratrace'. Uit de luidsprekers klinkt de eigenaardige metalige stem van Billie Holiday: "...but I'll love you always, I'm with you rain or shine".
Buiten regent het even iets minder, maar het weerbericht belooft een nieuwe storing die 'naadloos' aan zal sluiten bij de vorige. Ik maak een wandeling in het Beatrixpark rond de vijver met fontein en zie de herfst al in de kastanjebladeren. Op een sculptuur van penguins dat ik associeer met beeldhouwer Hildo Krop landt een sjofele kraai. Voorzichtig pak ik mijn mobieltje en maak een foto, hij voelt zich betrapt en vliegt weg over het water. Leven kraaien in de Echte Wereld, wat denken zij van ons? Op de plattegrond van het park lees ik dat hier vroeger tuinderijen waren, totdat de RAI kwam en meer bebouwing daarna en nu is het dé bouwplek van Amsterdam. Behalve het geluid van de plenzende regen hoor ik steeds vliegtuigen bulderen, onzichtbaar door de laaghangende bewolking.
In de voormalige kapel bij het St. Nicolaaslyceum is een restaurant gevestigd in de cirkelvormige ontmoetingsruimte. Het is aangenaam hier, het zou de toekomst van veel kerken kunnen zijn: eten, drinken en terloops wat bidden om iets. Op de terugweg naar het NS station blijf ik even staan bij een videowall die een kunstfilm vertoont. Ik zie nu van dichtbij wat ik al wel wist: dat het beeld gevormd word door blokjes met rood, groen en blauw, verstoord door de witte pijpestelen van regen. In de trein vang ik een gesprek op over bodypainting. De oudere man draagt een te korte broek onder een shirt met stoplappen, zijn jongere partner is een onopgemaakte vrouw met iets fanatieks in haar gezicht. De koffers die ze zeulden deden vermoeden dat de hele klerenkast was meegenomen of waren het allemaal gereedschappen voor het beschilderen van de huid? De trein jaagt door het verzopen landschap, mobieltjes gaan af en aan, de coupé doet denken aan de Ark van Noach met wielen op de vlucht voor de zondvloed. Of weg van de Echte Wereld, om te gaan schilderen als de Australische Aboriginals. Ik las dat westerlingen aan het begin van een trektocht met deze oerbewoners hun kleren en bezittingen moeten inleveren, waarop alles ritueel wordt verbrand. Ook Rolex horloges en mobieltjes.

Kunstmarkt

Café Het 'Wapen van Hummelo' is 'wegens omstandigheden gesloten', daardoor is op de ernaast gelegen parkeerplaats alle ruimte voor een kunstmarkt. Wij staan daar ook, met een kraam vol poëziebundels. Het weer is uitnodigend, het wordt een dag voor 'opwaaiende zomerjurken'. Het waterpas zijn van onze kraam ruilen wij in voor dat van de buren, maar het kan niet verhinderen dat daar een topzwaar keramisch werkstuk te pletter valt van zijn voetstuk. De maakster smijt uit ergernis ook de sokkel aan gruzelementen. Wij zijn wat beduusd over zoveel temperament, daar zal een heuse gekwelde kunstenaarsziel achter schuilgaan.
De loop komt in de markt, de mensen zijn echter meer kijkers dan lezers. De bundels gaan moeizaam van de hand, zou de herfst met zijn melancholie mogelijk een beter moment zijn voor onze waren? Bij een stand met 'live' schilderende dames maken een doedelzakspeler en een accordeonist muziek van de Britse eilanden. Voorbij denderende motoren herinneren ons eraan dat we hier vertoeven in het land van de 'moevende en schoevende coulissen' van Normaal en zijn hier wonende zanger Bennie Jolink.
Wij verkopen bundels in het Nedersaksisch dialect en spreken dat soms met de bezoekers, waaronder een klasgenoot van mijn lagere school. Compaan Hans wordt geconfronteerd met zijn flirtverleden door een kittige dame die ik mij herinner als sprietig meisje met pettycoat, samen met haar tweelingzusje aangeduid als 'Pixie en Dixie', een muizenduo in een cartoonserie op tv uit de vorige eeuw.
Wanneer wij worden afgelost in onze kraam wandelen we naar een plek in de kunstroute op het landgoed Enghuizen, dichtbij het dorp gelegen. In het dunne loofbos naast het wandelpad staat een sokkel als onderdeel van het kunstwerk 'Hoeksteen', gewijd aan het vrije woord. Afwisselend bestijgen wij het 'podium' en dragen onze gedichten voor, wij krijgen applaus en gaan na een uurtje met bevredigde ego's terug naar onze standplaats.
Aan een stel motorrijders probeer ik mijn CD met motorgedichten te slijten, maar de Ducatist van de twee heeft meer belangstelling voor het stuurgedrag van de motor met vriendin achterop. Op haar beurt is die dame enthousiaster over de keramiek op de markt, het wordt me duidelijk: met lyriek moet je niet leuren.
Dichtbij wordt in een kraam gezaagd, gevijld en geschuurd in hout, samen met het schilderen op een ezel doet het geheel denken aan een oude ambachtendag die gezapig verstrijkt in een lome warmte. Onder het genot van een Leffe bier zien we dat de markt ten einde loopt, we ruimen op en zijn uiteindelijk tevreden over de verkoop. Wij maken onszelf wijs dat de stelling 'Poëzie verkoopt niet' geheel onwaar is.

Grensoverschrijdend

Na twee bij een boerderij doodlopende wegen vinden wij een grensovergang naar Duitsland. Meteen zie je de naargeestige rolluiken, alsof de bewoners van deze huizen allen depressief zijn. Wij parkeren aan de 'Sternenbuschstrasse', dicht bij de 'Grenzweg'. Een onzichtbare hond slaat aan, hopelijk is hij aangelijnd.
Te voet gaan we de grens opzoeken, het is voorjaar, de vogels bezingen een hardblauwe lucht en een felle zon die schijnt over omgeploegde akkers. Dichtbij de grensovergang staat een bankje dat uitzicht biedt naar het plaatsje Megchelen in Nederland. We fotograferen het bankje van massief Kruppstaal en verklaren het tot verhalenbankje nr. 30 in de 'Verhalenbankjesroute', een gemeenten en grenzen overschrijdend project van de VVV Oude Ijsselstreek. Van de grenspost rest nog de fundering voor het wachthok, een restant van het mechaniek voor de grenspaal en een modern hek dat de doorgang half verspert. Dit was een smokkelpad, nu opgenomen in de 'Schmugglerroute', het loopt over een sloot die de eigenlijke grens volgt. Ik proef met mijn vingers aan de grond, die lijkt hier wat leemachtig, dat zou de nabije aspergeteelt kunnen verklaren. Wanneer ik een stalen hek bekijk op zijn functionaliteit hoor ik plotseling een zoemen vermengd met muziek. Het is een driewieler met elektrische trapondersteuning, aangedreven door een oude man. Uit het voertuig klinken 'schlagers', een door mij verfoeid genre van over de grens. Ik kijk hem verbluft na en hoor een vreemde mix van vogelzang, gezoem en brallerig zingen. Vervolgens leg ik een oorzakelijk verband tussen het trappen en de muziek die voortgebracht wordt, het is een soort marcheren. De driewieler heeft spiegels, het uitlachen van ouderen is ongepast , maar de oude moet zoiets gezien hebben achter hem. Het is een absurde ontmoeting op een maandagmiddag in april tijdens het grensoverschrijden bij Anholt door Het Instituut Voor Praktische Poëzie, kortweg HiPP.

Over Louis Radstaak

Mijn foto
Lochem, Gelderland, Netherlands
www.louisradstaak.nl